
De rest van de vakantie verliep ontspannen. We zijn er in geslaagd om bij de eerste uitstap al op de verkeerde bus in te stappen… maar dat is een verhaal dat ik maar eens mondeling moet gaan doen. De laatste nacht heb ik een uurtje in de badkamer boven het toilet gehangen. Het bloed was terug. Ook de volgende dag op de luchthaven moest ik naar het toilet spurten. Ik zag het al voor mij… “Dames en heren, gelieve jullie plaatsen in te nemen, de ceintuur dicht te gespen, tafels op te klappen en even niet naar het toilet te gaan. We zitten in een gebied met turbulentie.” En ik zou daar zitten met mijn zakje voor mijn mond, afwisselend hoesten en kokhalzen, een leuk geluid voor omstanders is het niet echt. Ik heb de hele rit op muntjes gezogen om de minste kuch te kunnen afblokken en het is gelukt. Het was een rechtstreekse vlucht deze keer, met een veel moderner vliegtuig dat tot 975 km per uur ging (vergeleken met max 650 op heenreis). Toch was het thuiskomen bijzonder pijnlijk. Ik kan moeilijk een pijnloze houding vinden in bed. Ondertussen ben ik op controle geweest, er is geen vocht op het hart (gelukkig!) maar wel op de rechterlong. Dat gaat er volgende week uit. En ik heb andere, sterkere pijnstillers voorgeschreven gekregen, samen met pillen tegen bloedfluimen. Want muntjes of geen muntjes, vanmorgen was het weer zover. Ik heb verschillende mensen gevraagd om me nog niet te bezoeken vandaag, want ik heb het moeilijk om te praten ! Hopelijk zal dat weg zijn na de ingreep dinsdag ? De oncoloog blijft maar hameren op het feit dat ik moet aanvaarden dat ik steeds minder zal kunnen en dat mijn krachten zullen afnemen. Naar mijn gevoel ben ik al een heel jaar bezig met die aanvaarding… noodgedwongen…


